We zijn goed in problemen oplossen. Maar kunnen we ook vertragen?

Bij wie klop je aan als je het even niet meer overziet?

Je partner, een goede vriend(in), je moeder? Misschien een collega, je leidinggevende of iemand van HR?

In je persoonlijke kring krijg je misschien wat adviezen.

'Je doet ook veel te veel.'

'Je moet gewoon wat minder doen.'

'Neem eens wat rust.'

'Vraag iemand om hulp.'

'Maak je niet zo druk, het komt allemaal wel goed.'

'Je piekert te veel.'

Je partner biedt misschien aan om wat meer huishoudelijke taken op zich te nemen. Een vriend(in) stelt voor om met een paar mensen iets te gaan drinken. Je moeder biedt aan om een weekend langs te komen en de kinderen bezig te houden.

En misschien voel je je al iets lichter, gewoon omdat je iemand hebt kunnen vertellen hoe zwaar alles voelt.

Maar wat als dat eigenlijk niets verandert, omdat al het andere er nog steeds is?

Op je werk toont een collega misschien begrip, maar iedereen heeft het tegenwoordig druk en die kan jouw werk er eigenlijk niet bij hebben. Je leidinggevende belooft ernaar te kijken en iemand van HR zegt misschien dat ze het met je teamleider zal bespreken.

En ze zeggen allemaal dat je aan de bel moet trekken als het te veel wordt.

Maar dat was toch precies wat je deed? Aan de bel trekken?

En wat gebeurt er als je steeds opnieuw aan die bel trekt, maar de beloofde hulp uitblijft? Je staat daar maar, met het touw in je handen, terwijl het water steeds hoger komt te staan. Je hebt het gevoel dat je gaat verdrinken.

Hoe vaak kun je naar je partner, vriend(in), moeder, collega, leidinggevende of HR stappen voordat je het gevoel krijgt dat ze denken dat je overdrijft? Of dat ze het zat worden om je te horen klagen? Dat je toch niet verder komt?

Of misschien begin je het gevoel te krijgen dat ze niet écht naar je luisteren.

Of dat er GEEN OPLOSSING IS. Dat je gewoon je mouwen moet opstropen, je schouders eronder moet zetten en nóg harder moet werken. Nog sneller moet rennen.

Je wilt er niet over nadenken wat er gebeurt als je niet meer kunt rennen.

Als het water je uiteindelijk inhaalt.

Ik zou dit toch gewoon aan moeten kunnen?

Op een gegeven moment geef je aan jezelf toe dat je bang bent. Je gaat opzoeken wat de symptomen van een burn-out zijn en vraagt je af of je ze herkent.

Maar zelfs dan krijg je niet altijd een antwoord.

Ik wist niet hoe ik moest vertragen, of hoe ik moest stoppen.

In het begin wist ik zelfs niet dat ik dat niet wist.

Ik was voortdurend bezig, ook in mijn 'vrije tijd'. Trainen voor een 10 kilometerloop. Een ingewikkelde taart bakken. Suppen. Een muziekinstrument upcyclen. Tuinieren. Op Pinterest scrollen op zoek naar nóg meer creatieve ideeën.

's Avonds lag ik in bed to-do-lijstjes te maken voor de volgende dag en de dagen daarna. Of lijstjes met projectideeën. Of boeken die ik nog wilde lezen.

Ik 'won' tijd door te multitasken. Managementboeken luisteren terwijl ik de afwas deed, de was aanzette of in de auto zat.

Ik had allerlei hobby's en iets afronden gaf me altijd dat heerlijke gevoel van voldoening.

Ik hou ervan om dingen op te lossen. Mysteries, detectives, spelletjes, escape rooms, maar ook problemen in het dagelijks leven van mijn gezin of op mijn werk.

Ik was een probleemoplosser. Ik was supermom🦸‍♀️. Ik was super Kumi.

En ik ben niet de enige.

We zijn de superhelden van de culturele sector

Veel mensen die in de culturele sector werken, zijn echte aanpakkers en probleemoplossers. We zijn duizendpoten, kunnen goed tegen druk en zijn misschien niet altijd perfectionistisch, maar komen aardig in de buurt. Of in ieder geval: dat is wat anderen van ons verwachten.

We geven niet graag op. En we laten ons niet zomaar uit het veld slaan.

We werken hard. We hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel en willen graag de juiste dingen doen. We zijn empathisch, vaak creatief, of in ieder geval heel goed in het bedenken van creatieve oplossingen. We geven om anderen en staan altijd klaar om te helpen. Soms zozeer dat we onze eigen grenzen uit het oog verliezen.

We zijn goed in vooruitdenken, analyseren en plannen. We blussen brandjes. We zijn daadkrachtig, vriendelijk en besluitvaardig. We werken vooruit, methodisch en systematisch. We zijn loyaal, eerlijk en nauwkeurig. We blijven rustig in crisissituaties, denken buiten de gebaande paden en hebben oog voor het grotere geheel.

We kunnen het overzicht bewaren en tegelijkertijd oog hebben voor details. We werken goed samen, maar kunnen ook prima zelfstandig aan de slag.

En we blijven onszelf uitdagen om slimmer en beter te worden.

Oké, ik geef het toe. Ik haal behoorlijk wat van deze eigenschappen uit de cv's die ik de afgelopen tien jaar of langer heb geschreven.

Maar de waarheid is ook dat deze kwaliteiten van ons worden verwacht. Ze staan gewoon in de vacatureteksten.

Organisaties zoeken superhelden.

En wij reageren door superhelden te worden!

Over die vacatureteksten wil ik het een andere keer nog eens hebben, want volgens mij valt daar iets interessants over te zeggen.

De valkuil van ons eigen superheldenverhaal

Natuurlijk zit daar een beetje overdrijving in.

Maar daar zit nu juist de valkuil.

We geloven zo sterk in ons eigen beeld als superheld dat we vergeten dat we gewoon mensen zijn.

Mensen maken fouten. Mensen worden moe. Mensen hebben gevoelens.

En die kunnen we niet blijven negeren.

Misschien doen we dat niet bewust. We besluiten niet opzettelijk om onze gevoelens, gedachten of lichamelijke signalen te negeren. We nemen simpelweg niet de tijd om ze op te merken.

Want dat zou ons alleen maar... vertragen...

Ja. Vertragen.

Die gedachten en gevoelens kunnen voelen als afleiding. Inefficiënt. Onproductief. Onlogisch. Onpraktisch. Demotiverend. Onprofessioneel. Misschien zelfs een beetje te emotioneel.

Daar hebben we geen tijd voor.

We hebben geen tijd om even bij onszelf stil te staan. Gewoon bij onszelf. Om onze gevoelens, emoties en gedachten onder ogen te zien. Om naar moeilijke gedachten te kijken zonder ze meteen te willen oplossen, weg te duwen of er iets nuttigs van te maken.

Om ze te accepteren zoals ze zijn, en onszelf te accepteren zoals we zijn.

Want wat schieten we daarmee op?

Is het niet veel productiever om nóg een lijstje te maken, een andere oplossing te bedenken of weer iets af te vinken?

Maar ik heb toch geprobeerd te ontspannen!

En misschien heb je het allemaal al geprobeerd.

Met een glas wijn op de bank zitten. Een wandeling maken in het bos. Kamperen, tijd doorbrengen in de natuur, in de hoop dat je uitgerust thuiskomt. Je favoriete serie bingewatchen. Een warm bad nemen met speciale badzouten, misschien zelfs met een paar kaarsjes erbij.

ME-time.

Je hebt erover gelezen, erover gehoord en geprobeerd er tijd voor vrij te maken in je leven.

En soms werkt het. In ieder geval voor even.

Maar ergens begint het niet meer te werken. Het is niet genoeg. Je voelt je niet uitgerust. Misschien voel je je een avond of een weekend wat beter, maar maandagochtend ben je weer terug bij af.

Of misschien ben je zó MOE dat je jezelf er niet eens meer toe kunt zetten om een van die dingen te doen.

Je wilt alleen nog maar slapen. Twaalf uur achter elkaar. Misschien zelfs langer.

Maar ja, dat kan natuurlijk niet zomaar. Er moet gewerkt worden, er zijn mensen die op je rekenen en er zijn dingen die je aandacht nodig hebben. En zelfs als je de kans krijgt om te slapen, kan het zijn dat je nog steeds moe bent.

Dus probeer je nog wat harder uit te rusten. Plan je een beter weekend. Zoek je naar een andere manier om op te laden.

Maar wat als het probleem niet is dat je de juiste manier van ontspannen nog niet hebt gevonden?

Wat als je probeert te herstellen van het feit dat je al veel te lang veel te hard hebt gerend, zonder ooit te hebben geleerd hoe je überhaupt kunt stoppen met rennen?

We leren niet hoe we moeten vertragen

We werken eraan om efficiënter te worden. We leren plannen, prioriteiten stellen, organiseren en onze tijd beheren.

Maar we leren niet vanzelf hoe we moeten vertragen.

Of hoe we even pauze kunnen nemen.

En we realiseren ons niet altijd hoe moeilijk dat kan zijn.

Laat ik voor mezelf spreken, al ontmoet ik steeds meer mensen die een vergelijkbaar pad hebben bewandeld.

Het pad van hard werken en veel verantwoordelijkheid op je nemen.

Van denken dat ik de enige ben die deze situatie kan redden. Niet om arrogant te klinken, maar zonder mij loopt alles in de soep.

Dit kan niet wachten.

Het is belangrijker dan mijn gezin, mijn vakantie of mijn eigen behoeften.

Als ik een week vrij neem of mijn e-mail niet meer controleer, ligt er bij terugkomst zo'n enorme berg werk op me te wachten. Dan kan ik beter tijdens mijn afwezigheid alles een beetje bijhouden.

Nog één ding.

En dan nog één.

En nog één.

Tot zelfs een pauze nemen een probleem wordt dat opgelost moet worden.

Dus waarom zouden we vertragen?

Omdat ik geloof dat het een van de dingen is die ons kunnen helpen om een duurzamer werkend leven op te bouwen. Een leven waarin onze passie niet ten koste hoeft te gaan van ons welzijn.

Om een volgende burn-out te helpen voorkomen.

Om weer de blije, vrolijke versie van onszelf te worden. Degene die ergens van kan GENIETEN, kan GENIETEN van het gezelschap van anderen en uitkijkt naar morgen.

Om je EIGEN leven te kunnen leven, in plaats van het gevoel te hebben dat je leven wordt geleefd.

Om een vorm van innerlijke rust te vinden. Een beetje ademruimte.

En toch betekent weten dat we moeten vertragen niet automatisch dat we ook weten HOE.

Ik wist het in ieder geval niet.

Ik dacht dat vertragen betekende dat ik minder moest doen, of helemaal moest stoppen. En als er zoveel van mij afhankelijk was, leek geen van beide een realistische optie.

Wat ik moest leren, was iets anders.

Ik moest leren pauzeren. Opmerken wat er in mij en om mij heen gebeurde, zonder daar meteen iets mee te hoeven doen.

Herkennen wanneer ik mezelf te veel onder druk zette, in plaats van te wachten tot ik niets meer te geven had.

Begrijpen dat een gedachte niet altijd hoeft te leiden tot een plan, dat een gevoel niet altijd opgelost hoeft te worden en dat niet elk probleem mijn probleem is om op te lossen.

Ik ben nog steeds aan het leren.

Maar ik ben gaan inzien dat vertragen niet per se betekent dat je minder doet. Soms betekent het dat je meer aanwezig bent bij wat je al aan het doen bent.

En misschien kunnen we daar beginnen.

Niet met een groots plan om ons leven te veranderen. Niet met nóg een taak op ons to-do-lijstje.

Gewoon met een moment om iets op te merken.

Een ademhaling. Een geluid. Het gevoel van je voeten op de grond.

Een moment waarop je niets hoeft op te lossen.

Je mag er gewoon zijn.

En kijken wat er daarna gebeurt.